Familie kroniek Bijvank

 

De stamvader van de (mijn) familie Bijvank is Gerrijt Gerrijtzen (Gerritszoon dus). Deze Gerrijt trouwde met Johanna Willemsen. Zij kregen tenminste één dochter Elizabethe en één zoon: Theodorus (Derk) Gerrits. Derk werd op 20 december 1713 geboren in Olst.

Theodorus (Derk) Gerrits (1713-?) en Maria Hendriks

doopacte-Theodorus--Gerrits

UIT: doopboek Olst

 

Hij trouwde op 23-08-1758 met Maria Hendriks. Het paar kreeg in ieder geval twee zonen: Joannes (Jan) en Hermannus. Op dat moment was de familienaam Bijvank nog niet in beeld. Het gezin woonde wellicht ook nog niet op de boerderij “De Bijvang”  Hermannus werd op 20 juli 1759 in Olst gedoopt in de kerk van Olst, statie Boskamp.

geboorteakte_Derk-Gerrits Uit: trouwboek Olst

Het goed ‘Brickescampen’ wordt voor het eerst in het begin van de 14e eeuw genoemd. In 1382 is sprake van ‘Birxkamp’, in 1399 van ‘Berkescamp’ en in 1436 wordt gesproken van ‘Birixkamp’. Het eerste stenen huis is waarschijnlijk rond 1500 gebouwd. In de periode 1673-1684 werd de Boskamp slechts aangeslagen voor twee vuursteden. Ook was het recht van havezate ‘slapend’, omdat de eigenaren rooms-katholiek waren en bleven. In de 18e eeuw werd het veelvuldig als (schuil)kerk gebruikt. In 1802 werd het door de Rooms-katholieke Statie gekocht. De oostelijke helft van het huis werd bestemd als huis voor de pastoor en de westelijke helft werd in gebruik genomen als kerk.

boskamp havezate Boskamp
 

Na een verbouwing in 1830, werd de kerk in 1859 afgebroken en vervangen door een nieuwe kerk. Die kerk staat er nog steeds. Alleen de nu nog aanwezige rechte weg vanaf de kerk herinnert nog aan de laan van de toenmalige havezate.

Derk overleed voor 1779. In dat jaar hertrouwde Maria namelijk met ene Joannes Jansen. Deze Joannes woonde blijkbaar op de boerderij

“Den Bijvang”

Na Maria’s hertrouw gaat ze ook op “Den Bijvang” wonen; zij en haar echtgenoot nemen dan als achternaam de naam van de boerderij aan, evenals (soms) haar twee zonen uit haar eerste huwelijk.

 de_bijvang_front_klein    trouwakte-Jan-Jansen-(-Bijv
Den Bijvang in 2001    Uit: trouwboek Olst

 

Jan Bijvank en Maria Gerrits

Soms, omdat in 1793 Jan op 28 april trouwt met Maria (Gerrits) van den Belt. Hij gebruikt dan zijn patroniem en zij ook. Maria is ongetwijfeld geboren op “Den Belt”, een boerderij in de Duursche waarden. Meer over Den Bijvang…..hier

trouwacte-Jan-(Derksen)-Bij   Uit: trouwboek Olst

Jan blijft dus na zijn huwelijk in Olst wonen. dat zal wel op de boerderij De Bijvang geweest zijn.

Ze krijgen tenminste één kind, een dochter Maria. Maria is gedoopt op 28 mei 1797. In haar doopakten staat vermeld dat ze geboren is ‘aan d’ Bijvank in Duur Zij trouwde met Antonie Everhardus. Antonie Everhardus staat in het doopboekingeschreven op de datum 17 mei 1797……..net één regel boven Maria. De wederzijdse ouders konden niet vermoeden dat hun kinderen 24 jaar later samen zouden trouwen….

Uit: doopboek Olst 1797

 

 

De ouders van Antonie, Lambertud Evertsen en Gerhardiene Wilmsen trouwden op 13 november 1788 in Olst

uit: trouwboek Olst

13 Novembris ‑ Lambert Evertsen et Gerhardiene Wilmsen. Testib. ut supra ‑ vulgo voor t Hekke.

 

Hermannus Bijvang (1759-1822)

Hermannus Bijvang trouwt  op 25 februari 1786 met Geertruid van Düffelen. Hij was “Moolemaker” en zij “boerinnen werk doende” Hun getuigen waren Evert van Düffelen en Hendrikje Jansen, beiden uit Diese.

Oliemolen De Passiebloem bij Zwolle

9 maanden erna sterft Geertruid, vermoedelijk in het kraambed. 6 dagen ervoor was haar eerste kind Gerhardus overleden. Daarnaast is nog sprake van een dochter: Derkje, blijkbar vernoemd naar grootvader Theodorus (Derk) Gerrits. Twee jaar later hertrouwt Hermannus met Hermiena Grieshof. Ze  trouwen op zondag 8 juni 1788. Broer Jan is daarbij zijn getuige. Lodewiena Grieshof (zus?) haar getuige. Zij woonde bij het Vrankhuijs, een buurtschap bij Zwolle, richting Kampen

In de vroege middeleeuwen was Dieze een zelfstandige boermarke, maar in 1384 werd Dieze aan Zwolle toegevoegd. Hiermee is Dieze één van de oudste wijken van Zwolle. Rond de 17e eeuw groeide Dieze uit tot een belangrijke voorstad, ook wel Nieuwstad of Nijstad genoemd. Via deze Nieuwstad kwamen veel mensen Zwolle binnen om naar de markt te gaan. Toch bestond destijds het grootste gedeelte van de huidige woonwijk uit onontgonnen gebied. In de tweede helft van de 19e eeuw vond er een grote uitbreiding plaats en werden er vele arbeiderswoningen neergezet. Ook werden bestaande straten verlengd en nieuwe aangelegd.

(Aquarel door A. Oltmans uit 1834 naar P. Beretta. Diezerpoort voor de afbraak in 1829. Collectie Stedelijk Museum Zwolle. Datering voorstelling: 1829 -1829)

Men kon de stad vanuit Dieze binnenkomen via de Diezerpoort, een stadspoort uit 1475. De poort is in de 19e eeuw verloren gegaan. Hermannus zal er vaak gebruik van gemaakt hebben. Hij overlijdt , oud 64 jaar, weduwenaar van Hermina op 3 januari 1822 in het huis op het Eiland nr. 53. De wijk “het Eiland” was een volkswijk in Zwolle.

zicht op de Broerenkerk en het begin van de wijk “Het Eiland”  

Hermannus trouwde op 19 maart 1786 met Geertuida van Düffelen.  Hij kreeg in totaal 10 kinderen. Twee bij zijn eerste vrouw, Geertuida van Düffelen . Geertruida stierf op 15 december1786. Haar kind Gerhardus 6 dagen ervoor op 9 december 1786. Hun tweede kind, Derkje, zou geboren zijn op 5 juni 1786. Iets met deze data klopt niet, tenzij Geertrui al 4-5 maanden zwanger was bij hun huwelijk. Derkje trouwde ook twee keer: met frederik Hoek op 9- juli 1813 en met Henricus Wilhelmus Stoeldrajer op 6 augustus 1818, beiden te Zwolle.

Hermannus hertrouwde en kreeg bij Hermiena Grieshof 5 zonen en drie dochters. De oudste zoon, Johannes, komt hieronder aan bod. Hun tweede zoon – een kerstkind – heette Johannes Henricus, werd geboren op 25 december 1794. Meer gegevens heb ik nog niet kunnen vinden. De derde zoon, Evert, leefde 4 dagen. De vierde kreeg dezelfde naam als zijn overleden broertje: Evert.

Evert was net als zijn oudere broer Johannes kleermaker. Zijn broer vertrok naar Dalfsen. Hij bleef voor de Diezepoort wonen in Dieze. Het dorpje waar veel ambachtslieden woonden. Evert trouwde tweemaal. Zijn eerste huwelijk met Christina Spekman duurde elf jaar. Ze kregen drie kinderen: Hermiena, Johanna en Hermannus.

Na de dood van Christina, Evert woonde toen in de binnenstad, nl “in den vijfhoek” hertrouwde Evert met Lodewika van de Wetering. Zij kregen twee dochters en een zoon: Maria Berendina, Martina Rosalina en Johannes Hermanus Timonibus. Deze laatste zoon overleed op 84-jarige leeftijd in Venray. De overlijdensakte werd uiteindelijk in Arnhem opgemaakt. Opmerkelijk is nog dat Evert als enige van de kinderen van Hermannus de familienaam Bijvang gebruikt. Later zal zijn zoon Hermannus dat in Raalte en zijn neef Hermannus dat in Dalfsen ook doen.

In 1827 bij het overlijden van de vrouw (Geertruida Marks) van zijn zwager Johannes Spekman ondertekent Evert als getuige de overlijdensakte, Hij schrijft zijn naam dan als “Bijvang”

 

Johanna trouwde in Kampen  met de sigarenmaker Johannes Homberg, Johannes kwam uit Duitsland, hij verbleef een poosje in Zutphen en kwam toen naar Kampen. Blijkbaar trof hij daar Johanna. Op zich niet erg verwonderlijk, immers moeder Christina Spekman was er geboren evenals grootmoeder Anna Meulenkamp. Het is dus zeer aannemelijk dat Johanna in Kampen op bezoek bij haar familie Johannes Domburg tegen het lijf is gelopen. Zoals gezegd, Johannes was sigarenmaker. Kampen was in die tijd een belangrijke stad voor de sigarenindustrie. In 1826 stichtte de Duitser Johannes Lemkuhl de eerste sigarenfabriek in Kampen. Dat 40 jaar later Duitse sigarenmakers naar Kampen trokken was dus ook geen toeval.

Overigens was het voor de katholieke Spekmannen en Meulenkampen (en andere katholieke families) niet gemakkelijk hun godsdienst te belijden in het reformatorische Kampen. Na de hervorming kon men alleen maar terecht in zogenaamde schuilkerken. In het pand van de huidige Voorstraat 26 woonde een adellijke rk-familie die hun huis ter beschikking stelde. De schuilkerk is tientallen jaren in gebruik geweest.

 De schuilkerk in Kampen aan de Voorstraat 26 Als Johanes Homburg op 11 september 1866 naar Kampen komt, trekt hij in bij zijn broer Petrus. Ook Petrus was sigarenmaker. Ze woonden in een pand Heilesteeg 387, wijk 1. De straat heet nu Bregittenstraat. Petrus Homburg was ook sigarenmaker van beroep, was getrouwd met Theodora Hendrika Haarbrink. Theodora was geboren in Zutphen. Petrus woonde dus voordat hij naar Kampen kwam in Zutphen. Zij hadden op het moment dat ze naar Kampen verhuisden 3 kinderen:: Catharina Johanna, Petrus Jacob Dirk en Berendina Theodora. In hetzelfde pand woonde ook de moeder van Petrus en Johannes: Catharina Sprnag (Spang). Na een kort verblijf: moeder Carharina kwam aan in Kampen op 1 juni 1866, vertrekt zij op 29 september 1866 naar Amsterdam. Zoon Petrus volgt haar op 9 november 1866Johannes trouwt dan op 1 november 1866 met zijn Joanna Bijvang en blijft eerst wonen in het huis van zijn broer. Op 27 augustus verhuizen ze naar een ander pand in Kampen. Later woonden ze in de Nieuwstraat 183. Uiteindelijk vertrekt ook Johannes Homberg met Joanna Bijvang naar de hoofdstad op 23 augustus 1887

   
handtekening Johannes Homburg Handtekening Joanna Bijvang

 

Hermannus, het derde kind van Evert en Christina, trouwde in Raalte drie keer. 1e: Berdina Derks in 1855. Zij kregen een dochter: Willemina Maria. 2e: Wilhelmina Giesen. Dit huwelijk bleef kinderloos. 3e: Antonia Middelkamp. Hieruit werd opnieuw een dochter geboren: Antonia.

Dan is er nog een vijfde zoon van Hermannus en Hermiena: Gerrit Jan Bijvank. Ook van hem heb ik alleen zijn geboortedatum kunnen vinden: 10 juli 1802.

Er zitten dus nog wat losse eindjes aan de familiegeschiedenis van Hermannus Bijvank. Twee zonen blijven nog in het duister. Wellicht brengt nader onderzoek wat licht. Voorlopig ga ik ervan uit dat de tak Bijvank alleen voortgezet wordt via de oudste broer in het gezin: Johannes de kleermaker.

Joannes Bijvank (1789-1871) en Joanna Slief (1803-1868)

Joannes is het oudste kind van de 8 kinderen van Hermannus Bijvank en Hermiena Grieshof. Joannes groeide op in Zwolle. Joannes woonde ondermeer in de Vegtstraat.

Vegtstraat in Zwolle

Hij trouwde op 14 februari 1829 met Janna Slief, de dochter van Peter Slief en Jennigjen Gerrit Jan Pasman. Zij vestigden zich in Dalfsen.

doopboek Dalfsen 1803

Peter Slief is geboren ca 1756 in Diepenveen, toen nog een zelfstandige gemeente, in 1998 samengevoegd met de gemeente Deventer. Over Peter Slief, Jennegen Gerrit Jan Pasman en Diepenveen klik hier.

Hermannus Bijvank, Petrus Bijvank en Gerhardus Bijvank (1841-1925)

De jongste van de drie jongens van het gezin Bijvank-Slief, Gerhardus, verhuisde na zijn huwelijk naar Zevenaar. Hij was tuinman van professie en trouwde drie keer. Zijn eerste vrouw Gerarda Dikkers stierf na vijf jaar huwelijk. Voorzover ik weet, bleef dit huwelijk kinderloos. Drie jaar later trouwde Gerhardus met Everharda Knaken. Uit dit huwelijk werden vijf kinderen geboren. Het eerste kind bleek levenloos te zijn. Daarna kwamen er twee jongens en twee meisjes. Everhardus, het eerste kind werd niet oud. Hij stierf – volgens mij kinderloos – op 35 jarige leeftijd. Het tweede kind “Hermannus Johannes Gerhardus” trouwde in 1920 in Kevelaar met Maria Hoymann. Zij bleven in Duitsland in Warendorf wonen. Over kinderen is mij niets bekend. De beide meisjes trouwden: Johanna Petronella met Jan Hendrik van Vendeloo, Hendrica Theodora met Guus Masbecj. Moeder Everharda stierf drie maanden na de geboorte van haar vijfde kind op 13 mei 1886.

De 46-jarige Gerhardus trouwde voor de derde keer, nu met Theodora Evers. Ook zij kregen 5 kinderen: twee Jongens en drie meisjes. Hun oudste zoon was Karel Johannes. Karel was politieagent en een volle neef van mijn Grootvader. Als kind vroeg ik hem regelmatig naar zijn jeugd en naar zijn familie. Over Karel zei hij altijd vol trots: “hij is politie-agent”

Gerhardus jongste zoon heette Gerhardus Johannes. Deze trouwde met Helena Hendriks. Zij kregen twee dochters. De tak Zevenaar kende dus na vader Gerhardus de eerder genoemde Hermannus Johannes en een kind van Karel de polieagent: Gerhardus Bijvank. Ook van deze laatste nazaat is mij verder dan zijn geboortedatum niets bekend. Vooralsnog neem ik aan dat de tak Bijvank-Zevenaar uitgestorven is.

doopkapel St Andreaskerk Zevenaar

 

Hermannus (1831-1905) en Petrus (1834-1893)

De twee oudsten van het gezin Bijvank-Slief bleven in Dalfsen. Hermannus trouwde met Hendrika van Benthem (x 1858), een meisje uit het Twentse Ootmarsum en Petrus trouwde met Elisabeth Wilhelmina Kersen (x 1868) een jongedochter uit Dalfsen.

Hermannus Bijvank en Hendrika van Benthem kregen twee zonen: Johannes Petrus en Hermannus Johannes. Grappig is dat bij de aangifte van beide zonen de familienaam op een -g gaat eindigen. Vanaf het moment dat Hermannus Gerrits komende vanuit Olst zich Bijvank gaat noemen, naar de boerderij van zijn moeder (den Bijvang) gebruikt hij de familienaam eindigend op een -k. In feite dus incorrect. Drie generaties later trekt Hermannus dit – evenals zijn oom Evert in Zwolle – weer recht en is daarmee de ‘stamvader’ van de familienaam Bijvang welke tot op de dag van vandaag in Dalfsen voor komt.

Hermannus Bijvank was timmerman, evenals zijn grootvader Hermannus in Dieze. Had zijn grootvader nog volop problemen de eindjes aan elkaar te knopen: zijn zoon werd “van den armen begraven op het broerenkerkhof“, ging het blijkbaar goed in het timmerbedrijf in Dalfsen. Hermannus verwierf in Dalfsen enig onroerend goed.

Bij het analyseren van diverse panden in Dalfsen is mevrouw M. Kamphuis uitgegaan van de situatie zoals die was bij de invoering van het kadaster 1832. Van haar analyse is hier gebruik gemaakt. K1003 te  Dalfsen stond in 1832 op naam van Gerrit Jan de Graaf, wever van beroep. Deze Gerrit Jan trouwt in 1862 met Gerritdina Meesters. In 1832 staat K 1033 geregistreerd als zijn bezit.

OAT 1832 Dalfsen

op 14 juni 1864 verkoopt G.J. de Graaf een deel van 1033 aan Hermannus Bijvang, timmerman, een perceeltje grond met daarop nog aanwezig gedeelte van een afgebroken huis, gelegen in de Steeg, K1033 voor het geheel van 4 roe 70 (…) welk onroerend goed, verkooper verklaart de hebben aangeerfd van zijn vader Hendrik de Graaf, wiens eenige erfgenaam hij geweest is, ten gevolge van een verwerping door en mede‑erfgenamen gedaan, van zijn nalatenschap terwijl deze hetzelve jaren lang onbetwist in eigendom heeft bezeten. (Notaris Cnopius en Kador 275/86.)

deel van het minuutplan sectie K, Dalfsen

 

23 Juni 1864 G.J. de Graaf, wever leent f.150.‑‑ op K 1033 van Hendrik Jan Kampman, landbouwer, als hypotheek op een huisje en erf staande op het westelijk gedeelte van K 1033, groot geheel 4 roe 70, met den grond waarop dat huisje staat en den grond die ten westen daarvan gelegen is, zijnde alzoo dat gedeelte van dit nummer, hetwelk hem thans nog in eigendom behoort, voorts 3 perceelen bouwland K 764, 4 roe 40, K 829, 19 roe 80 en K 2317, 15 roe 60. Notaris Cnopius boek 749.

1 Aug.1864 Hermannus Bijvang Mr timmerman leent van Hendrik Schrijver, wever f.700.‑‑ op een nieuw gebouwd huis en erf en daarbij gelegen en bijbehorende grond, gelegen in de Steeg, uitmakende het westelijk gedeelte van K 1033, voor het geheel 4 roe 70, zooals die grond is aangekocht door de schuldenaar van G.J. de Graaf, Hendrikszoon op 14 juni j.l. Notaris Cnopius boek 749

Een en ander betekent dat Hermannus Bijvang een stuk grond koopt en daarop een nieuw huis bouwt. Op dit perceel grond stonden overigens meer huizen. In 1870 was de situatie op K1033 als volgt: op nr 90 Gerrit Jan de Graaf (arbeider); op 91 Hermannus Bijvang, r.k. timmerman; op 92 Maria Brinkman, op 93 Willemina Schuring, op 89 de broers Petrus en Gerhardus Bijvang.

10 jaar later is de woonsituatie behoorlijk veranderd. Gerhardus Bijvang is inmiddels getrouwd met Gerarda Dikkers en is vertrokken naar Zevenaar. K1033 is inmiddels opgedeeld. De situatie is dan: Op K.2479 (nr.89) Petrus Bijvang, Op K.2374 (nr.90) Gerrit Jan de Graaf en op K ? (nr. 91) Hermannus Bijvang.

Inmiddels zijn beide broers getrouwd en de kinderen van Hermannus en van Petrus groeien samen in dezelfde straat op. Hoewel…..er was een nogal groot leeftijdsverschil tussen deze kinderen.

Hermannus Bijvang ~Hendrica van Benthem Petrus Bijvang ~ Elizabeth Wilhelmina Kersen
 24-07-1858  01-11-1868
Joannes Petrus 23-08-1860 Johannes Hermannus 25-04-1881
Hermannes Johannes 1863 Gerhardus Henricus 04-11-1882

 

huidige situatie (K1033) Emmastraat Dalfsen

 

 

 

 

 

 

 

 

Emmastraat 2007, dalfsen (voorheen pand J.P. Bijvank)

 

Later zal dat leeftijdsverschil beslissend zijn voor de toekomst van de beide zoons van Petrus…..

We vervolgen met het gezin Bijvang- van Benthem. In een testament van 30 maart 1889 vermaken zij aan hun oudste zoon Johannes Petrus de kadastrale percelen: K.2428 (huis, dertig centiaren) en K.2427 (huis en erf, timmerhuis en schuur, drie aren en 70 centiaren) en K.2441, een perceel bouwland elf aren en dertig centiaren. Johannes Petrus moet daarvoor in de nalatenschap inbrengen een bedrag van 1400 gulden. Zijn broer Hermannus Johannes Bijvang erft een perceel K3045, huis, twee woningen en erf, een perceeltje grond van 4 aren en dertig centiaren (de oostelijke helft van K 2370). Vader Hermannus heeft dit laatste perceel gekocht in 1888 (hypotheekacte boek 562, nummer 8). Hermannus Johannes moet daarvoor inbrengen een som van achthonderd gulden.

6 jaar na het overlijden van Hendrika van Benthem (1892) besluiten de broers Johannes en Hermannus de erfenis van hun moeder te delen. Vader Hermannus leeft dan nog.

Petrus trouwde dus op 01-11-1868 in Dalfsen met Elizabeth Wilhelmina Kersen. Elizabeth was een dochter van Gerrit Jan Kersen (wever) en Gezina Wagteveld.

doopboek Dalfsen 1795

(2 november Geerit Jan, JL Bartes Karsen et Wilmina Harbrink. Suscepet Marganta Karsen, soris patris. Dalfsen)

Grootvader Bertus Kersen huwde grootmoeder Wilhelmina Harbrink geboren in Raalte op 7 april 1793 in Dalfsen

trouwboek 1793 Dalfsen

In 1893 overlijdt broer Petrus en in 1896 zijn vrouw Elizabeth Wilhelmina Kersen. Petrus en Elizabeth hebben twee kinderen: Johannes Hermannus (Jans) en Gerardus Henricus (Gradus), dan resp. 15 en 14 jaar. Ineens wees…

Johannes Hermannus (1818- 1965)  (Jans)
 

De beide kinderen worden in het gezin van neef Johannes Petrus opgenomen. Johannes Petrus had toen al vijf kinderen, daar kwamen de twee kinderen van oom Petrus ineens bij. Naar school gaan is er niet meer bij. Jans wordt opgeleid als timmerman, Gradus als tuinman. Jans komt dus in de werkplaats van Johannes te werken. Later zal de jongste zoon Gerhardus eenzelfde opleiding krijgen. Jans ontwikkelt zich als een goede timmerman. Hij krijgt kennis aan Gerarda Havekes, trouwt met haar in Apeldoorn (Grada kwam uit Eerbeek) en vindt uiteindelijk werk in Olst. De geboorteplaats van zijn overgrootvader. Jans zal dat waarschijnlijk niet geweten hebben. Later verhuist het gezin Bijvank-Havekes naar Groenlo en uiteindelijk vestigen zij zich in Loenen. Daar gaat Jans werken bij een aannemersbedrijf: Reusken. De oudste zoon Johannes, ook timmerman, trad later eveneens bij dit bedrijf in dienst. Tenslotte  volgde ook een derde generatie Bijvank zich bij dit bouwbedrijf: zoon Benny, daarmee een familietraditie volgend.

Gerritz Gerrijtzen landbouwer
Derk Gerrits landbouwer
Hermannus Bijvank Molenmaker/timmerman
Joannes Bijvank Kleermaker
Hermannus Bijvank Timmerman
Johannes Bijvank Timmerman
Johannes Bijvank (zoon van Petrus) Timmerman
Johannes Bijvank Timmerman
Benny Bijvank Timmerman
Gradus Henricus  (1882 -1974)
 

Gradus vertrekt al snel uit Dalfsen en gaat werken als knecht bij diverse boeren in de omgeving van Zwolle. Veelal was dat een jaarcontract. Een knecht kreeg dan kost en inwoning en handgeld. De inwoning was veelal niet meer dan een kamertje met een bed in de stal. Vaak vertelde Gradus (mijn grootvader) ons het verhaal van de onderhandelingen bij een boer in de Mastenbroekerpolder. Opa vroeg een jaargeld van ƒ 80,- en volgens hem ging de boer daar kreunend mee akkoord onder de uitroep: “Dat heb ik nog nooit gegeven, maar het moet maar”.

Gradus trouwde met Hermanna Maria Francis. Ook zij werkte op een boerderij. Hoe ze elkaar tegengekomen zijn is mij onbekend. Het zal ongetwijfeld met hun beider werk te maken hebben gehad. Het paar trouwde in Zwollerkerspel, daar werd hun eerste zoon geboren, vervolgens trok het gezin naar Avereest waar men aan de Samenwijk in Dedemsvaart ging wonen. Gradus ging werken op de bekende kwekerij Moerheim, later bekend geworden door de tuinen van Mien Ruys.

 
huis Samenwijk (verbouwd)

Aan de Samenwijk werden vier kinderen geboren, daarna werd het huis te klein en vertrok men naar een woning in het “Achterveld”.

In 1930 werd daar een zoon geboren die maar twee dagen leefde. Hermanna werd ziek en werd uiteindelijk nooit meer de oude. Ze overleed twee jaar later.

 

 

 

Het jonge gezin, de oudste was 17 jaar en de jongste 7, verhuisde naar de Boekweitenwijk. Daar nam de oudste dochter: Elizabeth op 14-jarige leeftijd de zorg voor het gezin op. Het gezin wordt na een paar jaar kleiner. Petrus (Piet) gaat het leger in, Johannes (Jan) gaat naar het klooster. Na de oorlogsjaren gaat Antonius (Anton) bij hetzelfde bedrijf als oom Hermannus Francis (Herman): de Nederlandse Spoorwegen in Zwolle. Ook hij vertrekt dus van de Boekweitenwijk.

 

 

 

 

 

De Boekweitenwijk ontleent haar naam aan het gewas Boekweit dat op de veenslag van de marke veelvuldig geteeld werden. Boekweitteelt bevordert de drooglegging en was een relatief goedkoop gewas voor arme veenboeren. Bron kaarten: Wijkend Verleden, Uitgave Historische Vereniging Avereest. red: H.D.J. Krikke en mr.drs. W. Visscher

huis Boekweitenwijk: links Elizabeth, voor het huis: Gerardus

naam geboortedatum met foto
Petrus Joannes 08-02-1915 Hilly Ganzeboer  
Joannes Petrus 03-11-1916 geen  
Elizabeth Gesina 04-09-1918 Seine Franciscus Kösters  
Gerardus Marinus 11-06-1920 Hermanna Susanna Bosman  
Antonius Hermannus 03-09-1922 Elisabeth Hullegie  
Gesiena Hermiena 05-02-1925 geen  
Hermannus Gerhardus 26-01-1930 geen  

Petrus Bijvank (1915-1988) en Hilly Ganzeboer (?-1986)

De oudste van het gezin, Oom Piet, trouwde in Dedemsvaart met een Dedemsvaarts meisje: Hilly. In de WO-II was Piet gelegerd aan de Grebbelinie. Hij was toen al getrouwd en had zelfs al een zoon. Drie dagen na het uitbreken van de oorlog kreeg Hilly haar tweede kind: Henk. Het gezin woonde indertijd al in Amsterdam, waar Piet op Schiphol werkte. Omdat er na de Tweede Wereldoorlog in Amsterdam nog steeds weinig te eten was, kwam Henk naar Dedemsvaart in het huis van zijn opa om aan te sterken. Het gezin werd uiteindelijk uitgebreid met een deze zoon: Peter.

De oudste zoon, Ger, is nooit getrouwd. Henk trouwde met Helena Rijkes. Zij kregen drie kinderen. De tweeling Hendrikus Lambertus en Wilhelmus Gerardus in 1964; het gezin was compleet met de geboorte van de derde zoon: Johannes Antonius Lambertus. De jongste zoon Peter, trouwde met Marianne Peters, zij kregen een zoon: Roy!

Johannes Petrus Bijvank (1916-2001)

Johannes Petrus (Jan) vertrok eind jaren dertig naar het klooster. Hij werd kloosterling in de orde van de Karmelieten te Boxmeer. Bij zijn intrede nam hij de naam Vitus aan. De parochiekerk in Dedemsvaart, waar Jan geboren was, is opgedragen aan de H.Vitus. In Boxmeer werd hij kok en kleermaker, het beroep van zijn overgrootvader. De orde van de karmelieten zijn redelijk werelds, een onderwijscongregatie, meer gericht op het welzijn van mensen dan contemplatief. Voor Vitus betekende dat dat hij veel buiten het klooster kon zijn. Vaak was hij pad als bedelmonnik, als lid van de missieprocuur was hij werkzaam voor de Carmel Missie Actie. Daarnaast verzamelde en handelde hij in postzegels: een uitgebreide collectie Vaticaanstad was indertijd duizenden gulden waard. Op pad voor de missie en voor zijn postzegels kwam hij vaak langs in Dedemsvaart, op bezoek bij broer Gerard en vader Gradus

Vitus woonde onder meer in Deventer, Zenderen en later weer in Boxmeer. Uiteindelijk is hij daar overleden en begraven.

Elizabeth Gesina Bijvank (1918-1991) en Seine Franciscus Kösters 

Elizabeth (Bets) trouwde met Seine Kösters. De familie Kösters bezat een boerderij in het Rheezerveen, oorspronkelijk een veenslag bij het buurtschap Rheeze, tussen Dedemsvaart en Hardenberg. Na hun huwelijk gaan ze wonen in een huis vlakbij deze boerderij. Vader Gradus trekt dan bij zijn zoon Gerard in die inmiddels een groter huis heeft bemachtigd in de Oranjestraat in Dedemsvaart. Deze woning had op de begane grond een extra slaapkamer. Opa Gradus zou ruim 20 jaar blijven. In Rheezerveen worden twee dochters geboren: Bertha en Ria. Met enige regelmaar fietsten wij naar Rhezerveen om op bezoek te gaan en met onze nichtjes te spelen. Weilanden, akkers, een boerderij, sloten….allemaal prachtig speelterrein.

Na zijn pensionering gaan Seine en Bets naar Hardenberg verhuizen. Als Seine overlijdt verhuist Tante Bets naar Heino, om dichter bij haar dochters te zijn, die inmiddels in het centrum van Salland zijn gaan wonen. Zij overlijdt daar in 1991 en is op het kerkhof in Heino begraven.

Gerardus Marinus Bijvank
 

Als dan zoon Gerardus in 1947 trouwt met Hermanna Suzanna Bosman en Gezina in de gezinszorg gaat werken, blijft Elizabeth en vader Gradus alleen over.

Uiteindelijk trouwt Eizabeth ook. Opa Gradus komt dan inwonen bij zoon Gerard, die inmiddels zelf een zoon heeft en een nieuwe woning in de Oranjestraat heeft betrokken. In dit pand is op de begane grond een extra kamer waar opa Gradus kan slapen en zitten hoewel hij vaker een plaatsje naast de kolenhaard in de huiskamer opzocht.

Eind jaren zestig vertrok ons gezin naar de Marijkestraat. Gradus overlijdt in 1974 in een verzorgingshuis in Raalte. Gezina na een ziekbed in 1980 in het huis aan de Marijkestraat.

Vader Gerard en moeder Manna verhuizen naar een appartementencomplex in de Wilhelminastraat. En wij? Gerard trouwde, verhuisde naar Raalte en is de vader van een zoon en een dochter en de trotse grootvader van kleindochter Lyn, Suzan trouwde en verhuisde naar Huissen: drie zonen. En ik …… ik woon inmiddels al ruim 30 jaar in Hoogland met Loes en onze drie kinderen: Roel, Jolien en Anniek!

klik hier voor mijn herinneringen

 

Antonius Hermannus Bijvank en Elisabeth Hullegie

Zoals hierboven al eerder beschreven is, werkte Antonius (Oom Toon) bij de NS. Nadat hij in de oorlog als jongen van 19-20 jaar opgepakt was, om als fabrieksarbeider in Duitsland te gaan werken en tijdens een verlof niet terug wilde, dook hij onder. Eerst in het ouderlijk huis aan de Boekweitenwijk (onder de vloer, als het nodig was), later bij boeren in de omgeving van Dedemsvaart. Na de oorlog ging hij met zijn Oom Herman Francis mee naar Zwolle. Oom Herman werkte bij ‘het spoor’ en daar was werk genoeg. Als snel echter werden de activiteiten van de NS van Zwolle naar Tilburg verplaatst. Herman en neef Antoon vertrokken dus naar de textielstad in Brabant. Antoon trouwde en er kwamen 7 kinderen. Voor mij was het een feest om in Tilburg te gaan logeren, vooral als er kermis was.

De neven en nichten: Gerardus Henricus (Gerard), vernoemd naar zijn grootvader dus, trouwde met Martina Petronella Maria de Kort. Ze kregen een zoon: Daan. Gerard werkt in het welzijnswerk en kreeg landelijke bekendheid als woordvoerder van de actiegroep ‘xxxx” die zich inzette om de klokken van de naburige parochiekerk niet zo vroeg te laten luiden.

Antonius Hermannus (Toon), vernoemd naar zijn vader, trouwde met Anna Cornelia Geertruda Maria Nelissen.

Elisabeth Maria Francisca (Els), vernoemd naar moeder (of oma aan moederszijde?), trouwde met Henricus Josephus Maria de Weert. Zij hebben twee kinderen: Eefje en Maartje.

Johannes Petrus (Jan), vernoemd naar oudoom Johannes Petrus, trouwde met Adriana Wilhelmina de Brouwer. Zij kregen vier kinderen: Leonardus, Johannes, Danny en Kim. Na een scheiding hertrouwde Jan met Eveline Johanna Elisabeth Swaans.

Joseph Ludovicus Maria (Joop), trouwde met Johanna Maria Mathilde Massuger . Ze kregen een zoon, Maarten en een dochter, Karin.

Hermanna Maria Gerritdina, (Maria), vernoemd naar grootmoeder Francis, trouwde ook twee maal: eerst met Ruben George Francois Cohen, later met  Johannes Christianus van der Wouw. Uit het huwelijk met Johannes werden twee kinderen geboren: Bas en Inge.

Tenslotte Agnes Maria Theresia, partner:Lilian Danklof. Geen kinderen.

Gesiena Hermiena Bijvank (1925-1980)

Nadat Elizabeth met Seine trouwde en vader Gradus bij zoon Gerard introk, vertrok Gesiena naar verschillende adressen in diverse regio’s. Het is niet echt meer mogelijk allemaal terug te halen waar ze geweest is. De Achterhoek, Friesland….en veel meer. De gezinzorg bracht haar daar waar werk was. Na veel rondzwervingen landde ze in Zeeland in Goes. Haalde daar het diploma voor verpleegkundige en werkte jaren in het ziekenhuis in Goes.

Zodra een wat langer verlof het toestond, kwam ze over voor een bezoek aan aan haar vader en dus ook aan ons. Vanzelf verwende ze haar neefjes en nichtje. Ik heb daar prima herinneringen aan. Na vele jaren in Goes was de chemie met dat ziekenhuis weg, en vond en nieuwe baan in het ziekenhuis in Gorinchem. Daar werkte ze tot begin 1980. Ze werd ziek, doorstond wat chemo en besloot toen dat ze zo niet verder wilde. Ze kwam midden 1980 naar Dedemsvaart en overleed in november 1980 in het huis van broer Gerard in de Marijkestraat, Ze is begraven op het RK-kerkhof aldaar.

Hermannus Gerhardus Bijvank (1930-1930)

Herman werd geboren op 26 januari en overleed twee dagen later.